weekbericht door Lidy Luistra weekbericht door Lidy Luistra
Weekbericht door Lidy Luistra

25-8-2020

Ontmoeting

Je moet van twee kanten komen
om elkaar te ontmoeten

Je moet eigenlijk
toevallig
onderweg zijn

Je moet geen doel
voor ogen hebben

En je moet
laten gebeuren
waarvoor je bang bent

Je moet niet alles
willen verklaren

Want, voor je het weet
verklaar je elkaar
de oorlog

Je moet
van twee kanten komen
om elkaar te ontmoeten

Je moet jezelf
in die ander durven zien

Zonder in die ander te
verdwijnen

Het kan opeens
zomaar voor je staan
het lijkt op iets
om uit de weg te gaan

Dat is het vreemde van geluk
je maakt het waar
of je maakt het stuk

Het kan jou bedreigen
Het kan jou behoeden

Maar je moet van twee kanten komen
om elkaar te ontmoeten
                                                                  Stef Bos

Dit is de laatste nieuwsbrief voor deze rubriek. De reden is dat de kerkdeuren weer voorzichtig open gaan voor de gemeente.  En, wat is er mooier en fijner om elkaar weer fysiek te ontmoeten. Ik hoop dat de nieuwsbrief u een beetje heeft geholpen om door het corona tijdperk heen te komen. Ik wil ook andere schrijvers bedanken voor hun bijdrage.
Maar, we moeten van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten zoals bovenstaand gedicht ons zegt. Het kan niet van één kant komen en maar wachten wanneer de ander jou eens tegemoet komt. Dat werkt niet. De gever raakt moe en misschien wel gefrustreerd.
Gelukkig mogen we altijd weer bij God komen, God is nooit moe van ons. Want zoals we in de kerk horen:
‘Hij laat niet los het werk van Zijn handen’. Laten we ons daar maar aan vasthouden.

Met hartelijke groet,  Lidy Luinstra, uw kerkelijk werker.
 
 
4 augustus 2020 4 augustus 2020
Weekbericht door Greet Veenkamp

4-8-2020

Ik zal er zijn
                    
Ik wil met u praten Heer, al kan ik u niet zien;
al antwoordt u heel anders dan de mensen bovendien.
Ik wil met u praten, Heer en weet u: ’t is zo fijn
U kan ik alles zeggen en u zult er altijd zijn.

Er zijn zo van die dingen Heer, die zeg je niet zo gauw.
Je wilt het wel, maar kunt het niet, ze zijn alleen van jou
En soms heeft iemand ook geen tijd en weet u: ’t is zo fijn
U kan ik alles zeggen en u zult er altijd zijn.

Ik wil wat met u praten Heer en wat ik zeggen wil
zeg ik soms met veel woorden of ik ben alleen maar stil.
U bent niet ver, u bent dichtbij en weet u: ’t is zo fijn:
U kan ik alles zeggen en u zult er altijd zijn.

Bovenstaand gedicht kreeg ik een keer van een gemeentelid, die ik bezocht. Dit naar aanleiding
van een gesprek (eerder met haar gehad) over het bidden. In dit gedicht spreekt iemand met veel vertrouwen in en overgave aan de Heer : “U zult er altijd zijn”.

Maar zo wil God ook genoemd worden.
In Exodus 3 krijgt Mozes de opdracht van God om zijn volk uit Egypte te leiden, naar een land dat over vloeit van melk en honing.  Mozes is bang en vraagt God : wie ben ik dat ik  de Israëlieten uit Egypte zal leiden? Ze zullen me vragen wie mij gestuurd heeft en wat is de naam van die God?”
God antwoordt Mozes: “Ik zal er zijn, heeft mij naar jullie toegestuurd”. De God van jullie vaderen Abraham, Izaäk en Jacob.
Zo wil God genoemd worden. : Ik zal er zijn.
Dit is ook onze troost. Dit is Zijn naam, nu en altijd. Bij Hem kunnen we altijd terecht, met ons verdriet, zorgen maar ook met de blijde zaken uit ons leven.  “ Ik zal er zijn”.

Greet Veenkamp