4 augustus 2020 4 augustus 2020
Weekbericht door Greet Veenkamp

4-8-2020

Ik zal er zijn
                    
Ik wil met u praten Heer, al kan ik u niet zien;
al antwoordt u heel anders dan de mensen bovendien.
Ik wil met u praten, Heer en weet u: ’t is zo fijn
U kan ik alles zeggen en u zult er altijd zijn.

Er zijn zo van die dingen Heer, die zeg je niet zo gauw.
Je wilt het wel, maar kunt het niet, ze zijn alleen van jou
En soms heeft iemand ook geen tijd en weet u: ’t is zo fijn
U kan ik alles zeggen en u zult er altijd zijn.

Ik wil wat met u praten Heer en wat ik zeggen wil
zeg ik soms met veel woorden of ik ben alleen maar stil.
U bent niet ver, u bent dichtbij en weet u: ’t is zo fijn:
U kan ik alles zeggen en u zult er altijd zijn.

Bovenstaand gedicht kreeg ik een keer van een gemeentelid, die ik bezocht. Dit naar aanleiding
van een gesprek (eerder met haar gehad) over het bidden. In dit gedicht spreekt iemand met veel vertrouwen in en overgave aan de Heer : “U zult er altijd zijn”.

Maar zo wil God ook genoemd worden.
In Exodus 3 krijgt Mozes de opdracht van God om zijn volk uit Egypte te leiden, naar een land dat over vloeit van melk en honing.  Mozes is bang en vraagt God : wie ben ik dat ik  de Israëlieten uit Egypte zal leiden? Ze zullen me vragen wie mij gestuurd heeft en wat is de naam van die God?”
God antwoordt Mozes: “Ik zal er zijn, heeft mij naar jullie toegestuurd”. De God van jullie vaderen Abraham, Izaäk en Jacob.
Zo wil God genoemd worden. : Ik zal er zijn.
Dit is ook onze troost. Dit is Zijn naam, nu en altijd. Bij Hem kunnen we altijd terecht, met ons verdriet, zorgen maar ook met de blijde zaken uit ons leven.  “ Ik zal er zijn”.

Greet Veenkamp



 
terug